Beschermingsbewind en minnelijke schuldregeling

Het hebben van schulden is regelmatig het gevolg van het niet zelf kunnen beheren van het geld. Als het niet lukt om te sparen, de administratie op orde te houden, met de computer om te gaan of onhandige keuzes worden gemaakt in de uitgaven en de inkomsten niet hoog zijn, kunnen er problemen ontstaan. De bewindvoerder probeert er samen met de cliënt voor te zorgen dat er geen nieuwe schulden ontstaan. Voor de schulden die er al zijn wordt eerst gekeken of het lukt deze zelf volledig af te lossen. Is dit niet mogelijk? Dan kan een schuldregeling worden aangevraagd. Dit kan bij de gemeente waar de cliënt staat ingeschreven of een andere organisatie die lid is van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK).

Als de schuldsituatie stabiel en problematisch is, wordt een minnelijke schuldregeling aangevraagd. De bewindvoerder zorgt voor het aanleveren van de papieren. De cliënt werkt mee aan budgetcoaching en houdt zich aan de regels van de gemeente.

''De bewindvoerder en cliënt zorgen er samen voor dat er geen nieuwe schulden worden gemaakt.''

Onder een minnelijke schuldregeling vallen:

1. een saneringskrediet (SK)
Er wordt bepaald hoeveel iemand in 36 maanden kan aflossen. Dit bedrag wordt aan de schuldeisers aangeboden, tegen finale kwijting. Stel, iemand kan € 80,- per maand aflossen. € 100,- x 36 maanden = € 3.600,-. Stel, diegene heeft € 20.000,- schuld. Dan wordt aan iedere schuldeiser een voorstel gedaan van 18% ((€3.600,- / € 20.000) x 100 = 18%). Aan iedere schuldeiser wordt gevraagd of hij ermee akkoord gaat dat in plaats van 100% van de schuld, 18% van de schuld wordt betaald. Als alle schuldeisers akkoord gaan, krijgen zij eenmalig 18% van hun schuld betaald en wordt 82% kwijtgescholden. De cliënt krijgt een krediet van de gemeente van € 3.600,- en lost dit krediet in 3 jaar af. Bovenstaande berekening is wat versimpeld doordat de rente niet is meegenomen. De gemeente verstrekt alleen een saneringskrediet als de situatie van de cliënt stabiel is en verwacht wordt dat het aflossingsbedrag in die drie jaar betaald kan blijven worden.

2. een schuldbemiddeling (SB)
Bij een schuldbemiddeling wordt maandelijks alle aflosruimte gespaard op een rekening van de gemeente. Één keer per jaar wordt wat is gespaard overgemaakt naar de schuldeisers. Van te voren wordt berekend hoeveel een cliënt waarschijnlijk kan reserveren in 36 maanden. Dit heet de prognose. Stel dat de prognose is dat iedere schuldeiser na 3 jaar, 20% van de vordering uitbetaald heeft gekregen. Dan wordt voordat de regeling start aan iedere schuldeiser gevraagd om akkoord te gaan met deze prognose. Als iedereen akkoord is gegaan, start de schuldbemiddeling. Als de cliënt zich aan alle regels heeft gehouden, en zoveel mogelijk heeft afgedragen voor de schuldeisers, wordt aan het einde van de schuldregeling gevraagd om kwijtschelding te verlenen voor wat nog open staat. Dan telt niet of de prognose is gehaald, maar of iemand zich aan alle verplichtingen heeft gehouden van de schuldregeling.

Voorbeelden van verplichtingen zijn:
– geen nieuwe schulden maken
– alle aflosruimte reserveren voor de schuldeisers
– wijzigingen doorgeven in persoonlijke of financiële situatie
– vermogen inzetten voor schuldeisers
– gaan werken / solliciteren als er nog niet (volledig) wordt gewerkt

 

Als de schuldeisers niet akkoord gaan met het voorstel tot een schuldregeling, kan de cliënt een verzoek indienen om opgenomen te worden in de WSNP.